Ga naar inhoud

Josette Rispal schenkt en stelt tentoon

Ze zijn vervaardigd in hout, aardewerk, koper of brons en vertonen een enorme waaier aan decoratieve motieven en uiterlijke verschijningsvormen. Om maar te zeggen: de verzameling van 598 antieke tabakspotten die de Franse Josette Rispal eind 2019 aan ons museum schonk, verbluft door haar veelzijdigheid maakt de tentoonstelling, die op 3 april de deuren opent, meteen ook gebruik om het werk van Rispal, een gelauwerde kunstenares met een indrukwekkend oeuvre, aan het grote publiek voor te stellen.

Het is op een bevoorrechte plek, waar we de kunstenares naar aanleiding van de dubbele tentoonstelling in Wervik mogen opzoeken voor een persoonlijk gesprek. In de schaduw van de wereldberoemde Tour Eiffel, achter een onopvallende poort waar vroeger een garage werd uitgebaat, droomt, fantaseert, bedenkt en realiseert Josette Rispal al decennialang. Het resultaat van haar grenzeloze experimenteerdrang is zonder meer imposant: in haar atelier strekt zich over drie verdiepingen een wonderlijk universum uit, kleurrijk en ongemeen divers, van poppen, maskers, assemblages, beeldhouwwerken, glaskunst keramiek, kijkkasten, tekeningen en zoveel meer.
Gadegeslagen door een rits opmerkelijke figuren en onder het waakzame oog van haar hologram stelden we de kunstenares enkele vragen.

Het is een mooi verhaal, hoe deze enorme collectie van figuratieve tabakspotten tot stand kwam.

Josette Rispal: 'Mijn vader, Antonin, groeide op in een groot landbouwgezin in de Auvergne, te midden van het Franse platteland. Omdat hij zijn dromen vooral in Parijs wilde waarmaken werd hij er samen met mijn moeder eigenaar van een hotel. Meer dan 50 jaar lang zouden ze er duizenden gasten verwelkomen, waaronder een groot aantal wereldsterren zoals Rod Stewart en Brigitte Bardo. De neef van Antonins vrouw, een antiquair en kunsthandelaar, stuurde hem op een dag 3 tabakspotten toe. Een schot in de roos: mijn vader raakte helemaal in de ban en begon ze gepassioneerd te verzamelen, jarenlang, in Frankrijk en ver daarbuiten. De verzameling groeide snel aan, maar waar moest hij ze kwijt? Op zoek naar uitstalkasten begon hij dan ook maar art nouveau meubelen te verzamelen. Die waren op dat moment niet erg in trek en gingen voor een prikje van de hand, waardoor mijn vader enkele topstukken op de kop wist te tikken: in één moeite door werd hij ook één van de voorlopers en grootste verzamelaars van art nouveau! (lacht) Na zijn overlijden in 2003 was het voor mij zonneklaar: finaal verdiende deze collectie een plek waar ze perfect tot haar recht kon komen. Robert Zehil, zelf collectioneur en antiquair, bracht me in contact met Tabaksmuseum in Wervik, waar het voorstel van een schenking zeer enthousiast onthaald werd. Later bleek toevallig dat mijn echtgenoot verre voorouders had in Vlaanderen, zodat de cirkel zich mooi sloot.'

Wat maakt deze tabakspotten zo bijzonder?

Josette Rispal: 'Mijn vader speurde onvermoeibaar naar wat hij nog niet hand en daarin ging hij behoorlijk ver. In de collectie zitten potten in de vorm van dierenkoppen, mensenhoofden zoals Victor Hugo of luchtvaartpionier Blériot, er zijn er bij met politieke of religieuze taferelen, scènes met kinderen, portretten van het dagelijks leven, humoristische afbeeldingen, satire enz. Sommige potten zijn gemaakt van keramiek of faience, andere van brons of koper, maar evengoed zijn er uit leder, ivoor of hout. Er stond werkelijk geen maat op. Mijn vader kocht ze op veilingen, op markten of bij particulieren en soms deed een gulle schenker ze hem cadeau. Zo kwam hij tot een prachtige verzameling die net door haar enorme verscheidenheid een unieke cultuurhistorische waarde gekregen heeft. Persoonlijk vind ik dat zoveel mogelijk mensen de kans moeten krijgen om de collectie te zien: voor mij is dat de ware reden van deze schenking. Om die reden verbond ik er ook geen enkele voorwaarde aan: dankzij de grote geestdrift van de mensen in Wervik had ik er alle vertrouwen in dat de collectie professioneel en in de beste omstandigheden aan het grote publiek gepresenteerd zou worden, zonder mijn tussenkomst. Tegelijk geef ik toe dat een vleugje weemoed me overviel toen ik de potten definitief zag vertrekken. Maar aangezien de hele operatie vlekkeloos verlopen is en de collectie hier in Vlaanderen een nieuwe thuis vond, heb ik er intussen vrede mee.''

Ook een mooie selectie van uw oeuvre vindt tijdelijk onderdak in het Tabaksmuseum. Om uw werk te duiden wordt vaak verwezen naar l'art brut: terecht?

Josette Rispal: 'Ik hou niet zo van die term, ze is wat uitgehold geraakt. Het is een containerbegrip dat vooral gebruikt wordt voor het werk van voornamelijk autodidactische kunstenaars, die hun eigen gang gaan los van gangbare trends of conventies. Tot daar kan ik volgen, maar al te vaak wordt l'art brut ook geassocieerd met kunstenaars die leden aan psychische stoornissen of in de gevangenis zaten - wat bij sommigen onder hen wel degelijk het geval was. En voorlopig hoor ik tot geen van beide.'

Hoe zou u zelf omschrijven wat u maakt en doet?

Josette Rispal: 'Weet u, als kind mocht ik nooit spelen. Mijn vader voedde me op met harde hand, ik moest de hele tijd werken, aardappelen schillen, mijn moeder meehelpen in het huishouden. Voor spel, voor fantasie was gewoonweg geen tijd of ruimte. Gelukkig vond ik de rest van mijn leven mensen op mijn pad die me intellectueel en creatief geprikkeld hebben: zo ben ik langzamerhand tot mezelf kunnen uitgroeien. Wat mij drijft, is een enorme drang tot experimenteren die vertrekt vanuit een grenzeloze nieuwsgierigheid. Ik hou van uitzoeken wat nog niet mogelijk is. Zoals een schilder zijn schilderspalet hanteert of een kok een gerecht bereidt, zo creëer ik: ik begin met een heleboel ingrediënten en mijn intuïtie doet de rest. Dat is een boeiend proces, maar het was niet de makkelijkste weg. De kunstwereld zat - zit? - opgesloten in een rigide vorm van 'hokjesdenken': werkte je niet met brons, dan kon je geen beeldhouwer genoemd worden. Was je een vrouw, dan kon je onmogelijk kunst maken die iets voorstelde. Vijftig jaar lang héb ik met brons gesculpteerd en héb ik als vrouw geëxposeerd in de meest gerenommeerde musea, in binnen- én buitenland. Beroemd worden of rijkdom vergaren was nooit het plan, ik wilde vooral mijn goesting doen. Dat heeft de weg vrijgemaakt voor leg en experiment, waardoor ik de eerste was om met hologrammen te werken of glaskunst te maken die nog nooit eerder vertoond was. Een halve eeuw lang al creëer ik de meest uiteenlopende universa. En dat ga ik blijven doen.'

U lijkt geen voorliefde te hebben voor bepaalde materialen. In uw werk komen zowel obsidiaan voor als plastic, zilver zowel als hout, een hologram zowel als afval.

Josette Rispal: 'Als iemand een oorring verliest, dan ben ik diegene die zich over het resterende stuk zal ontfermen - de perfecte persoon om spullen aan toe te vertrouwen. Daarnaast vind ik van alles op straat. Je hebt geen idee hoeveel bruikbaars de mensen tegenwoordig achterlaten, terwijl ik van mijn vader nog geen korst oud brood mocht weggooien! Ik herstel wat ik vind en maak het weer schoon. Zo zijn alle tapijten en meubels in mijn atelier louter trouvailles. Mijn publiek weet dat intussen: op sommige van mijn tentoonstellingen krijg ik dozen toegestopt met knopen, lapjes stof, spullen waar de mensen zich geen raad mee weten. Ooit kwam er een vrouw op me af met een karton vol juwelen, netjes geordend en gerangschikt. Er was niemand om haar sieraden aan te schenken, vertelde ze, en ze had liever dat ik ze transformeerde in mijn kunst. Het voelde aan als een erfenis, en het ontroerde me diep. Eigenlijk werk ik met alles wat me geschikt lijkt om datgene wat ik in mijn hoofd heb tot uiting te brengen. Schilderen, tekenen, beeldhouwen, glastrekken, solderen, naaien, assembleren, kleien, het maakt niet uit. Als autodidact doe ik het allemaal even graag. En al weet ik zelfden op voorhand wat ik met de spullen en materialen die ik verzamel ga aanvangen, ik weet wel dat ze op een dag van pas zullen komen.'

Een vraag van een grote letter V: kan kunst de wereld redden?

Josette Rispal: 'Dat denk ik wel. Kunst moet een innerlijke drang uitstralen, een idee, een emotie, het moet iets in beweging zetten. Louter een mooi verhaaltje vertellen interesseert me niet, ik heb nooit gezocht om te behagen. Maar iedereen heeft dromen nodig, beelden die het louter praktische overstijgen. Ik hou ervan om bij mensen een deurtje te openen dat hen doet binnenkijken bij zichzelf. Wie weet wat daar nog allemaal te ontginnen valt! Dus ja, kunst kan mensen veranderen. Alleen jammer dat het in de kunstenwereld vandaag te vaak om centen draait, en dat het winstgevende businessmodel het stilaan overneemt van de knotsgekke ideeën of de gedurfde emoties.'

Bij mijn research vond ik beschrijvingen over u zoals geo-poëet, magische beeldhouwer, witte heks, ... Welke verkiest u?

Josette Rispal: 'Hmm, geen idee. Ik zie de mensen graag en ik ben positief ingesteld. Dus witte heks kan nog net, maar dan in welwillende zin. (lacht) Ik hou van de natuur, van hoe blaadjes groeien en bloemen bloeien, het vervult me met eindeloos respect. Alles wat levendig, poëtisch is trekt me aan. In die zin is kunst mijn toverkracht: ze kan mensen doen mijmeren, als een vorm van magische poëzie.'

Tot slot: wat wenst u de mensheid nog toe?

Josette Rispal: 'Een artiest is in principe een visionair, hij voelt de natuur, de mensen, de tijdsgeest aan. Ik wordt al langer gewaar hoe het respect voor de planeet verdwijnt, hoe mensen in onze maatschappij vereenzamen en hoe geldzucht elke vorm van spiritualiteit verdringt. Kinderen zijn puur, ze plegen geen bedrog. Kunst is juist heilig, ze heeft een ziel, ze volgt geen modes of trends maar enkel haar eigen kloppende hart. Kinderen kunnen daar nog verwondering voor opbrengen. Mijn wens? Leer hen om dat nooit meer kwijt te raken...'

Tekst: Katrien Bonne

Digitale nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrief

DE VRIENDEN VAN HET TABAKSMUSEUM vzw

STEUN ONS EN WORD LID VAN ONZE VERENIGING

Ga verder
volledig overzicht

Activiteiten